Geschiedenis van de Hervormde, sinds 2006 Protestantse gemeente te Groesbeek
Omstreeks 1600 namen, als gevolg van de reformatie, de protestanten bezit van de eerste R.K. kerk en toren; het kerkgebouw zelf werd eigendom van de overheid.
In 1612 deed de eerste predikant, ds. Petrus Calcarius, zijn intree. Van 1625 tot 1706 werd de gemeente gecombineerd met Beek. Ook tussen 1747 en 1869 waren er perioden zonder eigen predikant en combinaties met Beek, met Schenkenschans of met Heumen en Malden. In 1768 bestond de gemeente uit een gezin (Montenberg), dat 's zondags met eigen kar en paard de kerk te Heumen bezocht zou hebben. In 1809 telde ze nog maar 18 leden, tegen 1100 katholieke Groesbekers.
Sinds 1798 kwam de zorg voor kerkgebouwen bij de kerkeIijke gemeenten te Iiggen; torens bleven eigendom van de burgerlijke gemeenten.
In de 19de eeuw begonnen veel grootgrondbezitters een heel oppervlak aan bossen te ontginnen. Zij Iieten pachtboeren het land bewerken. Deze grondbezitters waren hervormd, zo ook hun pachters. Bovendien werden nogal wat hervormde douanebeambten voor de grensbewaking in Groesbeek gestationeerd. Zo groeide de gemeente, al bleef zij altijd vrij klein.
In de jaren 20 van de 20ste eeuw liep het aantal gemeenteleden sterk terug. Verschillende landgoederen van hervormde families kwamen leeg te staan, gronden werden verkaveld en de meeste boerderijen gingen in rooms-katholieke handen over. Bovendien werden de douaniers overgeplaatst naar Nijmegen. In 1926 werd ds. J. A. Visscher te Groesbeek beroepen, als opvolger van de latere prof. M. van Rhijn, die hier maar enkele maanden werkte. De gemeente telde toen maar 150 leden. Ds. Visscher had, vanuit een groot sociaal gevoel, gewerkt op de arme Friese heide, voor landkolonisatie en voor de reclassering. In Groesbeek kwam hij tot de opzet van opvang van kinderen en van psychisch of sociaal gehandicapte volwassenen. Dit liep in 1929 uit op de oprichting van de stichting Practische Hulpverlening, de huidige stichting van de Groesbeekse Tehuizen, heden ten dage Pluryn, locatie Groesbeekse Tehuizen, geheten.
De instroom van protestanten door deze protestantschristelijke instelling zorgde voor een opbloei van de gemeente en van de protestantse school. Sindsdien heeft onze gemeente steeds een eigen predikant gehad, met steeds een sterke band met de Groesbeekse Tehuizen. Van 1977 tot 2005 was de predikant voor de helft werkzaam in de gemeente en voor de helft voor·de Groesbeekse Tehuizen. Door een regionaal opname beleid van voornamelijk rooms-katholieke cliënten in de Groesbeekse Tehuizen, is sinds 2005 een parttime predikant in dienst van de gemeente en is het werkverband met de Groesbeekse Tehuizen opgeheven.
In 1977 werd de mogelijkheid geschapen dat gereformeerde Groesbekers, die tot dan kerkelijk onder Nijmegen vielen, gastlid konden worden van de hervormde gemeente te Groesbeek. Sindsdien spreken we van de protestantse gemeente. In 2006 is deze naamswijziging in het kader van de Protestantse Kerk van Nederland ook officieel doorgevoerd.
Ook leden van andere protestantse kerken nemen deel aan ons gemeentelijk leven. Dit stukje oecumene -gegroeid onafhankelijk van het landelijk samen-op-weg proces - betekent een verrijking.
Momenteel telt de gemeente ongeveer 320 leden. Een groot deel van de echt meelevende leden is op een of ander vlak actief: kerkenraad, bezoekersgroep, kerkblad, vrouwencontact, werkgroep ter voorbereiding van bijzondere diensten, incidentele taken.
Met de beide parochies, Groesbeek en Breedeweg, is jaarlijks overleg en waar mogelijk wordt er samen gewerkt.
GESCHIEDENENIS VAN DE HERVORMDE KERK EN TOREN
Bij de restauratie van de hervormde kerk in 1954 zijn er waardevolle vondsten gedaan. Er werden n.l. overblijfselen gevonden van drie voorqaande kerken die op dezelfde plaats hebben gestaan.
De eerste kerk .
De oudste moet gedateerd hebben uit de tijd toen het christendom in deze streken pas was ingeburgerd. Rond 950 verrees op deze grond een waarschijnlijk houten kerkje, dat vermoedeIijk door brand werd verwoest. Er werd namelijk bij de restauratiewerkzaamheden behalve een paalgat, waarin de rest van een geheel vergane houten paal, een aslaag gevonden. Deze aslaag bevond zich onder de vloerfragmenten van geglazuurde tegeltjes, die van de tweede kerk afkomstig moeten zijn geweest.
De tweede kerk
Deze tegeltjes - van 6 cm in het vierkant en bijzonder fraai van kleur, zacht groen en zwart - werden gevonden op de plaats waar de absis (koornis) van dit tweede kerkgebouw zich moet hebben bevonden. Een groot deel van de uit zwerfkeien bestaande fundatie werd eveneens aangetroffen.
Deze vondsten maakten het mogelijk de bouwtijd van dat Godshuis vrij nauwkeurig vast te stellen, namelijk omstreeks het midden van de elfde eeuw.
De stijl was vroeg Romaans en het gebouw had een rechthoekige basis.
Deze kerk heeft het vermoedelijk enkele eeuwen uitgehouden.
De derde kerk
De derde grotendeels op de oude fundamenten opgetrokken kerk, was gebouwd in vroeg Gotische trant, echter zonder steunberen. Het priesterkoor was vergroot en van een andere vorm. Ook dit koor werd op zwerfkeien gefundeerd. Van dit derde kerkgebouw werd eveneens nog een stuk tegelvloer met tegels van groter formaat teruggevonden.
De vierde kerk
Het vierde kerkgebouw, dus het huidige in 1954 gerestaureerde bouwwerk, werd aanzienlijk groter dan haar voorgangsters. Aangenomen wordt, dat het in de vijftiende eeuw werd gebouwd.
De toren daarentegen werd in de veertiende eeuw gebouwd. Fragmenten van een in zandsteen uitgevoerd altaar werden bij de restauratie aangetroffen, evenals een Romaanse piscine, die achter een dichtgemetselde nis werd aangetroffen. Deze piscine is bij de restauratie in haar oude toestand hersteld
Het huidige, dus vierde kerkgebouw, werd in de oorlog ernstig beschadigd door een granaatinslag. Onder de kap was een groot stuk muur vernield en de bovenzijde van een der steunberen weggeslagen, terwijI de kap ontzet was en de vier ramen verbrijzeld.
In 1798 had zich ook een ramp voorgedaan, waarbij het middenschip werd weggeslagen. Het koor kwam toen los te staan van de toren. De grond tussen beide werd - evenals het omliggende terrein - voor kerkhof bestemd.
Met behulp van subsidies van rijk en gemeente en met geld verkregen door opbouwacties werd in 1954 de kerk herbouwd. Daarbij werd het middenschip, dat in 1798 werd vernietigd, weer in ere hersteld. De muren van koor en toren zijn ontpleisterd, het lage plafond is verwijderd, zodat de machtige kinderbalken te voorschijn zijn gekomen. De Gotische ramen zijn in volle hoogte hersteld.
Door geld gebrek zijn de spitsbogen niet herbouwd. Een "aanzet" aan de noorder muur toont hoe het geweest moet zijn. Door de herbouw van het schip was een nieuwe indeling van het inwendige van het kerkgebouw noodzakelijk geworden. Het koor, vroeger met banken bezet, is nu Iiturgisch centrum,
met avondmaalstafel, de oorspronkelijke preekstoel, ambo en doopvont.
De vloer van het koor is belegd met oude grafzerken, afkomstig van het vervallen deel van het kerkhof. Ook zijn oude plavuizen gebruikt, die onder de vroegere houten vloer vandaan zijn gekomen.
Een nieuwe consistoriekamer werd aangebouwd. Daaronder is de kelder met de centrale hete luchtverwarming. Het vergrote kerkgebouw telde voor kort 330 zitplaatsen. In 2003 zijn een aantal rijen banken verwijderd om achter in de kerk meer ruimte voor ontmoeting te hebben.
DE TOREN
De toren stamt uit de veertiende eeuw en is bijna 175 jaar gescheiden van de kerk geweest. Sinds de restauratie in 1954 vormen kerk en toren weer een geheel.
De trap in de 1.47 meter dikke muur is ook gerestaureerd. De hoofdingang van de kerk is weer onder de toren aangebracht, waarmee de toestand van vroeger is hersteld.
Evenals voorheen kreeg de toren weer twee bronzen luidklokken. In 1759 had de hervormde gemeente er twee besteld, die door C.W. Voigt en C. Voigt werden gegoten.
In 1943 zijn ze door de Duitsers meegenomen. Na de capitulatie is er een, alhoewel gebarsten, teruggehaald.
Op last van de burgerlijke gemeente werd deze omgesmolten, terwijl er een tweede, ook 400 kg zwaar, werd bijgemaakt. Beide klokken zijn voor het eerst op bevrijdingsdag 1955 geluid.
protestantse gemeente te groesbeek